Drie jaar cel geëist voor dood door schuld bij overlijden van 20-jarige jongen

Geschreven door Redactie

Het Openbaar Ministerie heeft vandaag een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan een half jaar voorwaardelijk, geëist tegen een 22-jarige man uit Almere. De man wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van een 20-jarige plaatsgenoot die op 27 februari 2018 overleed nadat hij in zijn hoofd geraakt werd door een kogel in een woning aan de Kpt. de Langestraat in Almere.

De verdachte is dood door schuld en wapenbezit ten laste gelegd. Hem wordt verweten roekeloos te hebben gehandeld door dusdanig met een vuurwapen om te gaan dat het slachtoffer geraakt werd door een onbedoeld afgevuurde kogel. Voor de ten laste gelegde moord en/of doodslag is vrijspraak gevraagd.


De grote vraag waar het in deze zaak om draaide was of de verdachte het slachtoffer opzettelijk neer heeft geschoten – en er dus sprake is van moord of doodslag - of dat dit niet opzettelijk is gebeurd. Volgens de verdachte ging het wapen per ongeluk af en was er geen sprake van een ruzie of onenigheid. De twee, die elkaar al langer kenden, waren de enige twee aanwezigen in de hal van de woning van de verdachte waar het incident plaats vond. Er zijn uit het onderzoek een aantal punten naar voren gekomen die de situatie verdacht maakten. Zo heeft de verdachte pas ruim een uur na het schot de hulpdiensten gebeld, terwijl het slachtoffer aanvankelijk nog leefde. In de tussentijd heeft hij het lichaam verplaatst en heeft hij de woning deels schoongemaakt. Hij verliet de woning voordat de hulpdiensten arriveerden, verstopte het wapen en meldde zich pas uren later op het politiebureau. Diverse personen uit de omgeving van de verdachte weigerden bovendien aan het onderzoek mee te werken of legden onvolledige of vage verklaringen af. Tenslotte is de telefoon van het slachtoffer nooit gevonden.


Tegelijkertijd zijn er geen aanwijzingen dat er die avond een ruzie of worsteling heeft plaats gevonden tussen de verdachte en de slachtoffer. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat het betreffende wapen defect was, waardoor het kan kloppen dat het af is gegaan zonder dat de trekker is over gehaald, zoals de verdachte ook heeft verklaard. Ook het feit dat er een tweede kogel afgevuurd lijkt te zijn, past bij het geconstateerde defect aan het wapen. Het is technisch niet mogelijk dat het wapen achteraf dusdanig gemanipuleerd is dat het past bij de aangetroffen sporen. Tot slot passen de verwondingen van het slachtoffer bij het beeld van iemand die over een wapen heen gebogen staat.


Alles afwegende acht het Openbaar Ministerie het scenario dat de verdachte schetst, namelijk dat hij het wapen vast had en daar mee aan het spelen was, niet kan worden uitgesloten. Hoe zeer de handelingen die na het fatale schot hebben plaats gevonden ook duiden op het feit dat verdachte iets te verbergen heeft, het betekent niet dat daarmee de opzet op de dood van het slachtoffer te bewijzen is. De eerder genoemde omstandigheden maken de situatie verdacht en zijn zeer leedverzwarend voor de nabestaanden. Er komt echter geen wettig en overtuigend bewijs voor moord of doodslag uit voort. De laakbare gedragingen kunnen ook voortkomen uit bijvoorbeeld een poging om verboden wapenbezit of eventuele criminele plannen van de twee die avond te verhullen. De officier van justitie acht, mede op grond van DNA-sporen, bewezen dat het wapen van de verdachte was. Door te spelen met het wapen, dat hij überhaupt niet had moeten hebben, terwijl de loop op het latere slachtoffer gericht was, heeft hij in de ogen van het Openbaar Ministerie roekeloos gehandeld en kan hem dood door schuld verweten worden. Hierbij past de eis van drie jaar gevangenisstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als voorwaarden zijn onder meer gesteld een contact- en locatieverbod t.b.v. de nabestaanden en medewerking aan een intensief behandeltraject.


Een 19-jarige broer van de verdachte die ook in de woning aanwezig was, moet zich donderdag 27 juni voor de rechter verantwoorden. Hij heeft na geconfronteerd te zijn geworden met het zwaargewonde slachtoffer de woning verlaten en heeft geen hulpdiensten gealarmeerd. Hem wordt het hulpeloos achter laten van een hulpbehoevend persoon verweten.