Gezonken tjalk krijgt naam: 'De Drie Gezusters'

Geschreven door Redactie

Maritiem archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen heeft na een jaar studie de identiteit van een oud scheepswrak in Zeewolde achterhaald.

Het gaat om 'De Drie Gezusters', een tjalk die in 1893 zonk in de Zuiderzee. In de jaren '70 van de vorige eeuw werd het wrak geborgen, maar verder was er weinig bekend over de boot.


De tjalk was 19,5 bij 5,5 meter groot en lag bijna tachtig jaar onder water. Bij het droogvallen van Flevoland is de tjalk opgegraven, toen werd duidelijk dat deze werd gebruikt voor het vervoer van steenkool. Verder onderzoek bleef uit, tot archeoloog Van Popta de oude rapporten van het onderzoek afstofte. 


Stukjes papier 

Rond het wrak werden veertien kleine stukjes papier gevonden, sommige slechts een paar centimeter groot. Deze kleine restjes zijn het belangrijkste bewijsstuk voor de identificatie van de boot. De onderzoekers in de jaren '70 gingen er vanuit dat het om Bijbelteksten gingen. Zij zagen de naam 'David' op een stukje papier staan. Een foute veronderstelling, volgens Van Popta. Hij bekeek ook de andere woorden op het papier en kwam tot de conclusie dat het fragmenten waren uit het boek 'Oude David. Een geschiedenis uit het begin der afscheiding', van J. Verhagen jr. uit 1889. 

Van Popta concludeert daardoor dat de boot in ieder geval na 1889 moet zijn gezonken. Een specifieker jaartal kreeg de onderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen door andere tekstfragmenten te bestuderen. Door woordcombinaties van de andere papiertjes door een digitaal archief te halen, bleek de rest krantenartikelen te zijn. In vier gevallen bleek het te gaan om de Nieuwe Veendammer courant uit 1892.


Schipper Meijer uit Wildervank 

Met de informatie van de papiersnippers kon Van Popta zijn speurtocht voortzetten. In een krantenarchief kwam hij achter een bericht over een gezonken tjalk bij Harderwijk. In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant uit juni 1893 staat beschreven dat de tjalk gezonken is en dat de opvarenden ongedeerd zijn.


Schipper Meijer voer met zijn vrouw en kind over de Zuiderzee en verscheepte steenkool. In de nacht van 20 op 21 juni 1893 sloeg het noodlot toe en zonk de boot. De details komen overeen met de bevindingen van de archeologen die in de jaren '70 onderzoek deden. Bij het wrak werd steenkool gevonden en huishoudelijke spullen die thuishoren bij een jong gezin. Dat de schipper uit Wildervank komt, verklaart ook dat hij meerdere edities van de Nieuwe Veendammer courant mee had. Wildervank en Veendam liggen beide in de Groninger veenkoloniën. 


Laatste puzzelstukje 

Van één papiertje heeft Yftinus van Popta niet kunnen achterhalen wat het betekent. De archeoloog gaat er vanuit dat ook dit laatste puzzelstukje naar de Nieuwe Veendammer courant leidt, maar zeker weten doet hij dat niet. Op het papiertje staat:

Op vrijdag

s middags 11 
R Dijk aldaar