Commissie Europese economie: Nederland moet kleur bekennen voor een veerkrachtige en stabiele Europese economie

Geschreven door Redactie

Een nieuw kabinet moet expliciet zijn over de richting waarin Europese samenwerking op financieel-economisch terrein zich dient te ontwikkelen. Alleen als het kabinet kleur bekent en een daarbij passend consistent pakket aan instrumenten hanteert, kan het zijn doelen behalen en effectief reageren op onvoorziene economische en politieke ontwikkelingen. Omdat geen enkele richting louter voordelen kent, is het essentieel dat het kabinet open is over de voor- en nadelen van de gewenste richting en bereid is de consequenties daarvan te aanvaarden.

Dat stelt de Commissie Europese economie, een onafhankelijke commissie van experts, voorgezeten door UvA hoogleraar macro-economie Roel Beetsma, in haar rapport dat vandaag gepubliceerd is: ‘Kleur bekennen voor en stabiele en veerkrachtige Europese economie’. De commissie, die het kabinet eind 2020 instelde, stelt dat een stabiele en veerkrachtige Europese economie van belang is voor het oplossen van belangrijke vraagstukken van deze tijd. Welke richting het kabinet ook kiest, verdere integratie van de interne dienstenmarkt, versterking van de kapitaalmarktunie en beprijzing van CO2 zal daar onderdeel vanuit moeten maken omdat de Europese economie dan beter om kan gaan met haar fundamentele kwetsbaarheden.


Kwetsbaarheden in de Europese economie

De Commissie ziet zes fundamentele kwetsbaarheden die in de loop van de tijd zijn ontstaan en die de Europese economie minder stabiel en veerkrachtig maken. Zo is de potentiële economische groei beperkt en nemen de economische verschillen tussen landen niet af. Daarnaast zijn hoge publieke en private schulden reden tot zorg. Ook het aanhoudend ruime monetair beleid loopt tegen haar grenzen aan en brengt bijwerkingen met zich mee. Banken en overheden zijn nog steeds sterk vervlochten en bedrijven zijn te sterk afhankelijk van banken voor financiering. De kwetsbaarheden ondermijnen het vermogen van de economie om schokken te absorberen en ons voor te bereiden op de financieel-economische gevolgen van de klimaatverandering en de vergrijzing.
Vier verschillende pakketten maatregelen om kwetsbaarheden af te bouwen.


Er zijn verschillende routes naar een stabielere en veerkrachtigere Europese economie. Dat kan bijvoorbeeld via nieuwe gedeelde instrumenten, waarmee lidstaten gezamenlijk investeren en crises opvangen. Een alternatief is om financiële markten lidstaten te laten dwingen om het beleid tijdig bij te sturen. Om het nieuwe kabinet te helpen bij het bekennen van kleur, heeft de Commissie vier denkbare integratievoorkeuren in kaart gebracht: gestaag door, doorpakken, meerdere snelheden en meer markt. Bij deze integratievoorkeuren horen maatregelen die de bestaande kwetsbaarheden in de Europese economie afbouwen. Daarbij beschrijft de Commissie met welke economische en politieke risico’s deze maatregelen gepaard gaan, en waar het kabinet op kan inzetten om deze risico’s het hoofd te bieden. De Commissie geeft niet aan welke integratievoorkeur zou moeten gevolgd: die keuze is aan de politiek.


Onder gestaag door zou een toekomstig kabinet in grote mate de lijn van eerdere kabinetten voortzetten. Het is terughoudend risico’s te delen en verwacht van andere lidstaten dat ze geleidelijk, binnen de Europese regels, hun kwetsbaarheden aanpakken. In echte noodgevallen is een dergelijk kabinet wel bereid bij te springen. Een risico hiervan is dat Nederland bij een volgende crisis al snel met de rug tegen de muur staat en gedwongen zal worden ad-hoc oplossingen te accepteren.


Onder doorpakken zou een nieuw kabinet juist investeren in collectieve arrangementen als bijvoorbeeld gemeenschappelijke schulden en inzetten op het vervolmaken van de bankenunie. Een dergelijke benadering kent het risico dat landen zelf minder verantwoordelijkheid nemen voor binnenlandse economische problemen. Bij deze integratievoorkeur weegt dat echter niet op tegen de voordelen voor de stabiliteit en veerkracht van collectieve arrangementen. Bij meerdere snelheden dienen dergelijke collectieve arrangementen vooral als een wortel voor landen. Lidstaten kunnen pas meedoen als ze hun economie en begroting naar afgesproken niveaus hebben gebracht. Daar zit ook gelijk een risico in. Landen zullen deelname aan nieuwe arrangementen op politieke in plaats van economische gronden proberen af te dwingen.
Bij meer markt wordt vertrouwd op marktkrachten om de economie te versterken. Omdat hoge publieke schulden uit het verleden landen kunnen belemmeren om goed economisch beleid te voeren, kan een speciaal fonds worden ingezet om te helpen bij schuldafbouw. Van landen die niet mee kunnen, wordt het geaccepteerd wanneer ze de eurozone verlaten. Als andere landen wel risico’s willen delen via nieuwe collectieve arrangementen, ziet Nederland af van deelname hieraan.

Achtergrond Commissie

Het kabinet heeft eind 2020 een onafhankelijke Commissie Europese economie ingesteld om te adviseren over het stabieler en veerkrachtiger maken van de Europese economie. De Commissie bestaat naast voorzitter Roel Beetsma uit Barbara Baarsma, directeur Rabo Carbon Bank en hoogleraar toegepaste economie UvA, Johan Graafland, hoogleraar bedrijfsethiek en filosofie van de economie Tilburg University, Lex Hoogduin, hoogleraar van economie van complexiteit en onzekerheid in financiële instellingen en markten Rijksuniversiteit Groningen, Gita Salden, voorzitter van de raad van bestuur van de BNG Bank, en Catherine de Vries, hoogleraar politieke wetenschappen aan Bocconi University. Tot zijn overlijden maakte ook het voormalig lid van de Tweede Kamer en het Europees Parlement Hans van Baalen deel uit van de Commissie.
Het eindrapport is te vinden op de website van de Rijksoverheid.